woensdag 18 februari 2015

Spelling gr 5 thema 5 week 3 kaart 2

Maandag heb je verkleinwoorden leren schrijven die eindigen op -je en -tje. Vandaag leer je verkleinwoorden schrijven die eindigen op -etje. Het voorbeeldwoord is ringetje. Je hoort op het eind van het woord -utju, maar je schrijft -etje.


Oefen deze verkleinwoorden. Ambrasoft kan je daarbij helpen. Oefen ook de woorden van afgelopen maandag nog een keer.
Volgende week heb je vakantie. Na de vakantie gaan wij een woorddictee maken om te kijken welke woorden je al goed kunt schrijven en welke woorden  nog lastig zijn. Op de blog kun je zien welke woorden wij nog meer geleerd hebben.

Alvast een fijne vakantie!

Spelling gr 4 thema 5 week 3 kaart 2

Het is vandaag woensdag en dus is er vandaag weer een nieuwe spellingkaart. Op de nieuwe kaart leer je hoe je woorden met -uw schrijft. Het voorbeeldwoord is duw. Je hoort -uuw maar je schrijft uw.


Je kunt deze woorden oefenen met Ambrasoft. Oefen niet alleen deze woorden maar herhaal ook de woorden van maandag nog een keer.
Volgende week heb je vakantie. Na de vakantie gaan wij in een woorddictee kijken of je de woorden  goed kunt schrijven. Oefen ook de andere woorden nog een keer. Je kunt deze woorden vinden op de blog.

Alvast een fijne vakantie!

maandag 16 februari 2015

Spelling gr 5 thema 5 week 3 kaart 1

In week 3 weer twee nieuwe spellingkaarten. Vandaag beginnen wij met kaart 1. Op spellingkaart 1 kun je lezen hoe je verkleinwoorden moet schrijven die eindigen op -je en -tje. De voorbeeldwoorden bij -je woorden zijn huisje en feestje. de voorbeeldwoorden bij -tje zijn paaltje en vogeltje.
Je hoort -ju maar je schrijft -je. Je hoort -tju maar je schrijft -tje.


Oefenen deze woorden. Je kunt dat doen met Ambrasoft op de computer. Veel succes met oefenen.
Woensdag gaan wij verder met spellingkaart 2.

Spelling gr 4 thema 5 week 3 kaart 1

De nieuwe kaart van week 3 leert je  woorden schrijven met -eeuw en -ieuw. De voorbeeldwoorden zijn sneeuw en kieuw. In deze woorden hoor -eew en -iew maar je moet weten dat je deze woorden niet met drie letter schrijft maar met vier letters. Voor de de letter -w schrijf je de letter -u-.



 Oefenen deze categoriewoorden. Je kunt daarvoor het computerprogramma Ambrasoft gebruiken. Doe goed je best! Woensdag weer een nieuwe spellingkaart.


woensdag 11 februari 2015

Spelling gr 5 thema 5 week 2 kaart 2

Maandag heb je geleerd hoe je woorden met -cht schrijft. Omdat het een lastige categorie is gaan wij vandaag deze categorie nog een herhalen. Het voorbeeldwoord is nacht.


Oefen de woorden goed. Veel oefenen helpt je om de woorden goed te schrijven. Doe je best.
Volgende week weer een andere kaart.

Spelling gr 4 thema 5 week 2 kaart 2

Vorige week heb je geleerd hoe je woorden met -au- en -ou- schrijft. Vandaag gaan wij deze woorden nog een keer oefenen. De voorbeeldwoorden zijn pauw en hout.

Het au-verhaal kun je lezen en bekijken bij thema 5 week 1. Oefen de woorden met Ambrasoft.
Doe je best. Volgende week weer andere kaarten.

maandag 9 februari 2015

Spelling gr 5 thema 5 week 2 kaart 1

Vandaag een nieuwe kaart van thema 5. Op de eerste kaart van deze week leer je hoe je woorden met -cht schrijft. Het voorbeeldwoord is nacht.


Je kunt woorden met -cht oefenen met Ambrasoft. Succes met oefenen.

Spelling gr 4 thema 5 week 2 kaart 1

In thema 3 heb je geleerd hoe je woorden met -ei- en -ij - schrijft. Vandaag ga je deze woorden herhalen. Woorden met -ei- en -ij- zijn weetwoorden. De voorbeeldwoorden zijn trein en ijs.

Het ei-verhaal kun je lezen bij thema 3 week 2. Daar kun je ook de plaat van het ei-verhaal bekijken.
Oefen de woorden van deze kaart. Woensdag komt er weer een nieuwe kaart.

woensdag 4 februari 2015

Spelling gr 5 thema 5 week 1 kaart 2

De eerste kaart van deze week heb je maandag op de blog kunnen lezen. De kaart van vandaag is het vervolg van kaart 1. Je hebt maandag geleerd om woorden te schrijven met -au-.  Vandaag ga je oefenen met woorden met -ou-.
Het voorbeeldwoord van kaart 2 is hout.


Hoor je een woord met -au-/-ou- en je weet niet zeker of je het woord met -au- /-ou- schrijft, denk dan aan het au-verhaal. Wanneer het woord niet in het au-verhaal staat dan schrijf het woord met -ou-. Kijk nog eens goed naar het au-verhaal. Het verhaal staat op de blog van maandag bij thema 5 week 1. Veel succes met oefenen.

Spelling gr 4 thema 5 week 1 kaart 2

Maandag heb je geleerd hoe woorden met -au- schrijft. Woorden met -au- zijn weetwoorden. Het au-verhaal kan je helpen deze woorden te onthouden. Bij woorden waar je een -au- hoort maar die niet in het au-verhaal staan schrijf je met -ou-. Met deze woorden gaan wij op kaart 2 oefenen. Het voorbeeld woord is hout.

Hoor je een woord met een -au-/-ou- en weet je niet meer welke -au-/-ou- je moet schrijven denk dan aan het au-verhaal. Alle woorden die niet in het au-verhaal staan schrijf je met -ou-. Wanneer je het niet zeker weet kun je het au-verhaal nog een keer lezen op de blog bij thema 5 week 1 kaart 1.
Doe je best met oefenen. Volgende week gaan we verder met week 2 van thema 5.

maandag 2 februari 2015

Spelling gr 4 thema 5 week 1 kaart 1

Vandaag starten wij met een nieuw thema. Op kaart 1 van week 1van thema 5 leer je hoe woorden schrijft met -au-. Het voorbeeldwoord is pauw.

Om de woorden met -au- goed te kunnen leren kan je het au-verhaal hieronder nog eens lezen en de au-plaat bekijken.


Succes met oefenen. Woensdag komt er weer een nieuwe spellingkaart.